Europäischer Landwirtschaftsfonds für die Entwicklung des ländlichen Raumes: Hier investiert Europa in die ländlichen Gebiete.


Eine Kirche hat es schon im 16. Jahrhundert auf dem Gelände der Burg Neuenhaus gegeben. Durch die Wirren der Reformationszeit und des 30-jährigen Krieges ist diese Kirche wie auch das gesamte Burggelände verfallen. Da von der Neuenhauser Bevölkerung aber immer wieder eine Kirche verlangt wurde, wurde im Jahre 1683 gesammelt und mit dem Bau 1684 begonnen. Nach dem Beginn ihrer Bauzeit ist die evangelisch-reformierte Kirche von Neuenhaus die älteste der nach der Reformation erbauten Kirchen, nicht aber nach der Zeit ihrer Vollendung gerechnet. Die Kirchen von Bentheim und Lage z. B. sind später angefangen, aber früher in Gebrauch genommen worden. Die Neuenhauser Kirche hat keinen Chor- oder Altarraum, sie ist eine einfache Predigtkirche. Die Bänke sind alle zur Kanzel hin ausgerichtet. Der Turm ist ein sogenannter Dachreiter. Er wurde schon bald nach dem Bau als zu leicht beanstandet, hat aber bis heute noch immer ausgehalten.
Die erste Orgel wurde vom Orgelbauer Heinrich Quellhorst aus Ootmarsum (Holland) bald nach 1800 erbaut. Sie wurde 1929 durch eine neue pneumatische Orgel ersetzt. Besonders bemerkenswert und sowohl historisch als auch künstlerisch wertvoll ist der alte Prospekt.
In den Jahren 1933/34 wurde das Kirchendach renoviert und der Turm mit Schiefer neu gedeckt. Nach mehreren Ausbesserungen erfolgte im Jahre 1962 eine Gesamtrenovierung mit Anstrich, Mauertrockenlegung, Umordnung der Bänke vor der Kanzel und dem Einbau einer automatischen Ölheizung. Der Kirchenraum innen hat eine Länge von 23,50 m, eine Breite von 12,35 m und eine Höhe (bis zum Gewölbe) von 9,50 m. Die letzte Renovierung der Kirche hat 1992 stattgefunden. Dabei wurde die Zahl der Sitzplätze von 480 auf etwa 400 reduziert. Neuenhaus war nie ein Kirchspielort wie z. B. Uelsen, Emlichheim, Veldhausen usw., das heißt, es gehören außer dem Stadtgebiet keine benachbarten politischen Gemeinden zum Kirchspiel.
Al in de 16e eeuw was er een kerk op het terrein van de burcht Neuenhaus. Door de strubbelingen in de tijd van de reformatie en de 30-jarige oorlog was deze kerk samen met het hele kasteelgebied vervallen. Daar de bevolking van Neuenhaus telkens een nieuwe kerk wenste, werd in 1683 een inzameling gehouden en in 1684 met de bouw begonnen. Op basis van het begin van de bouwtijd is de evangelisch-reformierte kerk in Neuenhaus de oudste van de na de reformatie gebouwde kerken, echter niet naar de tijd van de voltooiing gerekend. Met de bouw van de kerken van Bentheim en Lage bijvoorbeeld is later begonnen, maar ze zijn vroeger in gebruik genomen.
De kerk in Neuenhaus heeft geen koor- of altaarruimte, maar is een eenvoudige preekkerk. De banken staan allemaal op de kansel gericht. De toren is een zogenaamde dakruiter. Hij werd spoedig na de bouw als te licht beoordeeld, maar heeft het tot nu toe uitgehouden.
Het eerste orgel heeft boven de kansel gestaan. Het tweede orgel werd door de orgelbouwer Georg Heinrich Quellhorst uit Oldenzaal (Nederland) in 1823 gebouwd. Hier werd in 1992 een nieuw pneumatisch orgel ingebouwd. In de 70-er jaren werd het elektronisch. In 1992 werd het naar de oorspronkelijke opzet terug gerestaureerd. Zeer opmerkelijk zowel uit historisch als uit kunstzinnig perspectief is het oude front.
In de jaren 1933/34 werd het dak van de kerk gerenoveerd en de toren opnieuw met leien bedekt. Na meerdere verbeteringen volgde in 1962 een totale renovatie met schilderwerk, drooglegging van de muren, herindeling van de banken voor de kansel en de inbouw van een automatische olieverwarming. De binnen afmetingen zijn: lengte 23,5 meter, breedte 12,35 meter en hoogte (tot het plafond) 9,5 meter. De laatste renovatie van de kerk vond plaats in 1992. Daarbij werd het aantal zitplaatsen van 480 gereduceerd naar ongeveer 400. Neuenhaus was nooit een “Kirchspiel”plaats zoals bijvoorbeeld Uelsen, Emlichheim en Veldhausen, d.w.z. buiten het stadgebied behoorden geen naburige politieke gemeenten tot het Kirchspiel.
Europäischer Landwirtschaftsfonds für die Entwicklung des ländlichen Raumes: Hier investiert Europa in die ländlichen Gebiete.